Gebruiksaanwijzing voor je brein (3)

.

Inspiratie 14

Valkuilen van ons denken

.

In zijn boek ‘Negativiteit mania: de waan van het negativiteitsdenken’, beschrijft Rijn Vogelaar de gevolgen van de beperkingen van het menselijk brein.

Mensen hebben van nature een alarmerend brein dat neigt naar kortetermijndenken, zelfoverschatting, groepsdenken en heeft een gevoelige antenne voor gevaar. Historisch gezien was dit belangrijk om te overleven, maar nu zit het ons steeds meer in de weg.
Rijn Vogelaar beschrijft in zijn boek drie denkfouten die te maken hebben met negativiteit, tijd en sociale afstand. Deze denkfouten hebben een grote invloed op ons persoonlijk leven en op de samenleving als geheel. Hieronder komen ze één voor één aan bod waarbij verder wordt ingegaan op de gevolgen en wat we eraan kunnen doen.

De negativiteitsbias: slecht nieuws komt harder binnen
Overschatten van gevaar heeft een evolutionair voordeel. Rick Hanson legt dit uit aan de hand van het volgende voorbeeld: Onze voorouders konden twee soorten denkfouten maken als ze het vermoeden hadden dat zich een tijger schuilhield in een bosje met heerlijke bessen: Ze konden denken dat er een tijger zat terwijl dit niet zo was. In dat geval zouden ze die plek ten onrechte vermijden en hun voedsel mislopen. Ze konden zich ook vergissen door ervan uit te gaan dat er geen tijger zat, terwijl er toch eentje bleek te zitten.
Beide fouten zijn nadelig voor het individu. De eerste fout levert nodeloos angst en misgelopen voedsel op, de tweede fout is fataal. Evolutionair is het dus beter om de eerste fout te maken. Het alarmerende brein maakt ons gevoelig voor negatieve denkpatronen, waardoor het lastiger is om goed te presteren en gelukkig te zijn.
Gevolgen
Negatieve informatie heeft meer emotionele impact. Daardoor trekt deze de aandacht en wordt ze beter opgeslagen in het geheugen. De negativiteitsbias die hier het gevolg van is, heeft een grote onvloed op de keuzes die we maken. We schatten de kans op een mislukking te hoog in en we beschouwen de wereld vijandiger dan nodig. Dat leidt tot irrationele beslissingen.
Bestrijden negativiteitsbias
Inzichten uit de positieve psychologie geven aanknopingspunten om de negativiteitsbias te bestrijden. Ons geluksgevoel wordt in belangrijke mate bepaald door de positiviteitsratio. De verhouding tussen positieve en negatieve ervaringen. Deze verhouding kunnen we zelf beïnvloeden door positieve ervaringen te zoeken zoals meer tijd besteden aan vrienden bij wie we ons prettig voelen, te luisteren naar favoriete muziek of leuke activiteiten te ondernemen. Verder kunnen we gebeurtenissen positief interpreteren, of positieve elementen proberen te vinden in negatieve gebeurtenissen.
Stilstaan bij positieve gebeurtenissen heeft structurele positieve gevolgen voor ons brein waardoor nieuwe zenuwbanen worden aangelegd die ons alerter maken voor positief nieuws. Hierdoor ontstaat een positieve spiraal.

De kortetermijnfixatie: moeite met de lange termijn
Plannen maken voor de lange termijn is iets wat onze hersenen nog niet zo lang beheersen. Vóór het ontstaan van de landbouw leefde men van dag tot dag. Als er op een bepaalde plek geen voedsel meer te vinden was, trok men verder. In de oertijd ontbrak het nog aan koelkasten en pensioenvoorzieningen. Het leven was kort, dus over ouderdomsziekten maakten de oermensen zich niet druk. We leven pas recentelijk lang genoeg om ons zorgen te kunnen maken over onze gezondheid, het klimaat of financiële middelen op de lange termijn. Dat zijn kwaliteiten van ons rationele denken, dat evolutionair gezien nog maar beperkt is ontwikkeld en daardoor weinig capaciteit heeft.
Gevolgen
Een combinatie van de negativiteitsbias en de kortetermijnfixatie zorgt ervoor dat vooral acute en recente problemen de aandacht trekken. Het brein heeft de neiging om kortetermijn bevrediging voorrang te geven boven langetermijndoelen.
Omgaan met kortetermijnfixatie
De beste manier om de valkuil van de kortetermijnbevrediging te vermijden, is te zorgen dat het brein zo min mogelijk aan verleidingen wordt blootgesteld. Als je wilt afvallen is het verstandig om geen snoep in huis te halen. Als je niet wilt gokken, kun je casino’s beter vermijden.
Om beter te plannen kunnen we hulpmiddelen inzetten. Agenda’s, smartphones en computerprogramma’s kunnen ons helpen herinneren aan afspraken, planningen en doelstellingen.

Zelfoverschatting en groepsdenken: eerst ik, dan wij, dan zij
We beoordelen personen of groepen kritischer naarmate de afstand groter is. Over mensen die dichtbij ons staan oordelen we in het algemeen positief. De meest centrale persoon in ons leven zijn we natuurlijk zelf.
Negativiteit heeft niet altijd de overhand. Als het over onszelf gaat zijn we juist eerder positief. Ons brein helpt er graag aan mee om onszelf in een goed daglicht te stellen. Als we onze eigen kwaliteiten moeten inschatten ten opzichte van die van anderen, overschatten we ze structureel. Als we goed presteren verklaren we dit door te verwijzen naar onze persoonlijke kwaliteiten, zoals intelligentie en doorzettingsvermogen. Wanneer we falen, schrijven we dit liever toe aan omstandigheden die buiten onszelf liggen zoals pech of een slechte nachtrust. Bij de beoordeling van anderen, zeker als de sociale afstand groot is, redeneren we precies andersom. Als anderen slecht presteren rekenen we dit hen persoonlijk aan. Als ze beter presteren dan wij, dan hebben ze geluk gehad. Dit verschijnsel wordt de ‘fundamentele attributiefout’ genoemd. Dit leidt tot een vertekening van de werkelijkheid, maar zorgt er wel voor dat we ons goed voelen en beter presteren.
Wij mensen zijn groepsdieren. We hebben van nature de neiging om ons aan te passen aan de groep. Een afwijkende mening uiten is stressvol omdat dit indruist tegen onze behoefte aan verbondenheid. Zonder de bescherming van de groep was de kans voor het individu om te overleven minimaal.
Ons brein is erop ingericht om te zorgen dat we binnen de groep blijven. We kleuren de mening over onze eigen groep positief in en schatten behalve onze eigen kwaliteiten de kwaliteiten en prestaties van de groep waartoe we behoren hoger in dan andere groepen. Door groepsdenken hebben we de neiging om ons eigen gedrag eerder als moreel te kwalificeren en het gedrag van anderen eerder als immoreel.
Gevolgen
Overmoed is gevaarlijk, maar aan de andere kant zorgt enige mate van zelfoverschatting voor de dosis zelfvertrouwen die nodig is om de wereld adequaat tegemoet te treden en uitdagingen aan te gaan.
Persoonlijke vrijheid en gelijke kansenzijn belangrijke verworvenheden van de twintigste eeuw. In de laatste decennia lijkt het echter doorgeslagen naar egocentrisme: het ‘Ik’-tijdperk, waarin persoonlijk gewin centraal staat.
Net als zelfoverschatting heeft groepsdenken voordelen en nadelen. Een bepaalde mate van groepsdenken is goed voor de verbondenheid binnen een groep en teamspirit. Maar het kan ook leiden tot verwijdering, conflicten en discriminatie.
Vermijden zelfoverschatting en groepsdenken
Het is mogelijk onze natuurlijke neiging tot zelfoverschatting te beteugelen. Het gaat hierbij om de juiste balans tussen positieve bekrachtigingen realistische feedback. In het ideale geval komen we op een punt dat we voldoende zelfvertrouwen hebben om uitdagingen aan te gaan, zonder onverantwoorde risico’s te nemen, met het vermogen om onvermijdelijke teleurstellingen te accepteren.
Zelfcompassie, de acceptatie van wie we zijn mat al onze talenten en gebreken, lijkt een sleutelpositie in te nemen in dit proces. Zelfcompassie zorgt voor een buffer tegen mogelijke sociale afwijzing, waardoor mensen zich meer open durven stellen. Zonder de buffer van zelfcompassie slaat onze sociale antenne al snel alarm. Het alarmerende brein reageert met een vlucht- of vechtreactie: we trekken ons terug of reageren vijandig.
Om echt begrip op te brengen voor anderen is het nodig meer van hen te weten te komen. Persoonlijke ontmoetingen dragen bij aan een gevoel van verbondenheid. Contact met mensen die anders denken is uiteindelijk de beste manier om groepsdenken tegen te gaan.
.

Welke van de valkuilen in ons denken herken je?
.

.

Inspiratie 15

MANAGE JOUW CHIMP EN DOE WAT JE GRAAG DOET

.

Het menselijk brein zit ingewikkeld in elkaar. Je zou ons brein voor het gemak kunnen beschouwen als een systeem van zeven met elkaar samenwerkende breinen.
Drie van deze breinen – frontaal, limbisch en pariëtaal vormen de ‘psychologische geest’.

Hoewel deze drie breinen proberen samen te werken, raken ze zeer regelmatig met elkaar in conflict en worstelen ze met elkaar om de overhand te krijgen.
In zijn boek ‘De Chimp Paradox’ laat Steve Peters zien welke strijd er in onze hoofden wordt gevoerd. Peters noemt de drie psychologische breinen in zijn model de Mens, de Chimpansee (de Chimp) en de Computer. Hieronder vind je een korte beschrijving:

De Mens
De Mens probeert erachter te komen wat er aan de hand is door eerst de feiten op een rijtje te zetten. Eerst wordt de beschikbare informatie verzameld voordat er plannen worden gemaakt. Nadat de feiten zijn verzameld probeert de Mens de waarheid te achterhalen en worden vervolgens overtuigingen gebaseerd op deze waarheid.

De Chimp
De Chimp is een emotionele machine die onafhankelijk van ons denkt. Hij is niet goed of slecht, hij is een Chimp. De Chimp gaat niet rationeel te werk. Hij probeert niet vast te stellen of iets waarschijnlijk of geloofwaardig is, maar trekt meestal overhaaste conclusies en vult ontbrekende details naar eigen keuze in. Hij kan daardoor heel onredelijk overkomen. Als de Chimp de controle over jouw gedachten weet te krijgen en vervolgens interpreteert wat jou overkomt, is er grote kans dat zijn uitleg onzinnig en ongegrond is. Je bent niet verantwoordelijk voor het karakter van je Chimp, maar het is wel jouw verantwoordelijkheid om hem te managen.

De Computer
Jouw Computer is een opslagruimte en een automatisch functionerende machine. De computer slaat informatie op die de Chimp of de Mens erin gestopt heeft. Die gebruikt hij vervolgens om automatisch voor hen te werken of om als referentiepunt te dienen.

Een van de geheimen van succes en geluk is om te leren leven met je Chimp en er niet door gebeten of aangevallen te worden. Daartoe moet je begrijpen hoe je Chimp zich gedraagt en waarom hij op een bepaalde manier denkt. Je moet ook je Mens begrijpen en deze niet verwarren met je Chimp.

Inzicht in onze geest, gedachten en emoties kan ons helpen meer te doen van wat we graag willen.

.

Lukt het jou, jouw Chimp te managen en te doen wat je graag doet?

.

.

Inspiratie 16

Verandering? Start met mini habits!

.

In zijn boek ‘Mini Habits; Smaller Habits, Bigger Results’, beschrijft Stephen Guise hoe je met kleine nieuwe gewoonten (Mini Habits) komt tot grote duurzame resultaten. Voor het behalen van deze resultaten is het nodig inzicht te hebben in jouw brein en de benodigde Mini Habits voor verandering van jouw gedrag. Guise bied je dit inzicht en de handvatten om aan de slag te gaan met Mini Habits.

Mini Habits
Een Mini Habit is zeer klein positief gedrag dat je jezelf elke dag dwingt te doen; ‘te klein om te mislukken’. Voorbeelden van Mini Habits zijn:
Lichamelijk fitter worden door te starten met één push-up per dag.
Meer schrijven door te beginnen met 50 woorden per dag of meer lezen door te starten met 2 bladzijden per dag.

Ons brein
Ons brein is stabiel en verandert slechts langzaam. Ons onbewuste brein houdt van efficiëntie. Als je gedrag regelmatig herhaalt wordt het geautomatiseerd.
Een groot deel doen we automatisch door patronen te herkennen en deze te herhalen.
De basale ganglia in onze hersenen herkennen en herhalen patronen. De basale ganglia is een groep van kernen in de hersenen. Ze liggen om de thalamus heen. (De thalamus ligt boven aan de hersenstam, vlak bij het midden van de hersenen). De prefrontale cortex (in ons brein gelokaliseerd direct achter ons voorhoofd), begrijpt de lange termijn voordelen en consequenties van deze patronen en herhalingen (ons gedrag) en is in staat deze patronen te doorbreken en te veranderen door de basale ganglia te overrulen.
De enige manier om nieuwe gewoonten te creëren is de rest van het brein te leren waarderen wat de prefrontale cortex wil. De prefrontale cortex is het bewuste deel van ons brein. Het probleem is dat deze snel is uitgeput. Wanneer dat gebeurt neemt het onbewuste brein het over en verval je weer in oude patronen.
De sleutels die Guise geeft voor verandering zijn wilskracht, herhaling en beloning.
Motivatie is geen betrouwbare partner bij verandering, het komt en gaat en is niet voortdurend aanwezig. Wilskracht daarentegen is veel betrouwbaarder en wilskracht kun je in tegenstelling tot motivatie trainen.
Hieronder vind je de door Guise beschreven stappen en regels voor grote verandering door inzet van Mini Habits:

Acht kleine stappen voor grote verandering
1. Kies de Mini Habits die passen bij jouw doelen en maak een plan
2. Houd voor ogen waarom je wilt veranderen
3. Verbind jouw nieuwe gewoonte met een gewoonte die al diep ingesleten is
4. Beloon jezelf
5. Schrijf alles op
6. Denk klein
7. Houd je aan jouw schema en schep geen te hoge verwachtingen
8. Ga door tot jouw nieuwe gewoonte een automatisme geworden is

Acht regels voor Mini Habits
1. Speel nooit vals, houd je aan jouw plan
2. Wees blij met elke vooruitgang
3. Beloon jezelf regelmatig
4. Vertrouw op het resultaat
5. Als er te veel weerstand ontstaat; leg dan de lat nog lager
6. Herinner jezelf hoe eenvoudig het behalen van elke stap is
7. Een stap is nooit te klein
8. Steek jouw energie in herhaling, niet in grotere stappen

.

Welke Mini Habits helpen jou om te doen wat je wilt?
.

.

Inspiratie 17

Hoop niet op beter: Wéés beter!

.

We leven in een interessant tijdperk. Ogenschijnlijk zijn we met elkaar welvarender. We zijn vrijer en ontwikkelder dan ooit. Aan de andere kant worstelen we met grote problemen; de aarde warmt op, het verschil tussen arm en rijk wordt groter en we raken verstrikt in het internet. Wat gebeurt er in onze wereld waardoor we ons slechter voelen ondanks het feit dat het op veel terreinen beter gaat?

We wíllen geloven dat onszelf veranderen net zo eenvoudig is als weten wat er moet veranderen. Maar verstandelijk begrijpen hoe je je gedrag moet veranderen, verandert je gedrag helaas nog niet. Onze emoties blijken een grote rol te spelen in onze besluitvorming en onze daden. We beseffen dit vaak niet.

In zijn boek ‘Alles is f*cked; een boek over hoop’, daagt Mark Manson ons uit om eerlijker tegen onszelf te zijn en ons op een andere manier te verbinden met de wereld. Op een manier die we mogelijk zelf nog niet hadden bedacht.

Zelfcontrole is een illusie
We hebben lang stilzwijgend aangenomen dat emoties onze problemen veroorzaken en dat we ons verstand moeten gebruiken om onze emoties te overheersen.
Deze aannamen kunnen ons schaden. We krijgen het gevoel dat we in staat móéten zijn om alleen met geestelijke inspanning zelfcontrole te verwezenlijken. Als dit vervolgens niet lukt denken we dat het duidt op gebrek of iets dat is beschadigd in onszelf. Om hoop te houden besluiten we dat we onszélf moeten veranderen, een nieuw en ander mens moeten worden. Als veranderen niet lukt voelt dit als falen wat ons weer aanzet tot pogingen met nog meer inzet te veranderen.
De menselijke geest zit complexer in elkaar. Je kunt niet zomaar even veranderen. Voor zelfcontrole is meer nodig dan alleen wilskracht. Het vraagt om inzicht in onze emoties. Kennis van ons brein helpt om beter met onze emoties om te gaan.

Ons voelende en denkende brein
Om meer inzicht te geven in onze breinsystemen gebruikt Manson het beeld van een auto. Hij vraagt je voor te stellen dat je hoofd een auto is; de ‘bewustzijnsauto’. Je bewustzijnsauto rijdt over de weg des levens, er zijn kruisingen, opritten en afritten. Deze wegen en kruisingen staan voor de beslissingen die je tijdens het rijden moet nemen, en zullen je bestemming bepalen. Er zitten twee passagiers in jouw bewustzijnsauto: een denkend brein en een voelend brein. Het denkende brein vertegenwoordigt je bewuste gedachten, je vermogen te analyseren, verschillende opties af te wegen, en via taal ideeën te uiten.
Je voelende brein vertegenwoordigt je emoties, impulsen, voorgevoelens en instincten.

Elk van onze twee breinen heeft volgens Manson zijn sterke en zwakke punten. Het denkende brein is gewetensvol, nauwkeurig en onpartijdig. Het is methodisch en rationeel, maar ook traag. Het vereist veel inspanning en energie, en net als een spier moet het geleidelijk worden opgebouwd en kan het bij te veel inspanning moe worden.
Het voelende brein heeft de neiging om overdreven te reageren.

Als we over onszelf en ons proces van besluitvorming nadenken, nemen we doorgaans aan dat het denkende brein achter het stuur van onze bewustzijnsauto zit met het voelende brein op de passagiersstoel.
De waarheid is volgens Manson dat het voelende brein de bestuurder van onze bewustzijnsauto is. We worden door emotie tot actie bewogen.
Een probleem met zelfcontrole is niet een probleem met informatie, of discipline of ratio maar eerder met emotie. Emotionele problemen zijn irrationeel, redeneren heeft hier weinig zin. Voor emotionele problemen bestaan alleen emotionele oplossingen.

Emotionele problemen vragen om emotionele oplossingen
Het denkende brein is objectief en feitelijk. Het voelende brein subjectief en betrekkelijk. Wat we ook doen, we kunnen de ene vorm van kennis nooit in de andere vertalen.
Het essentiële probleem met zelfcontrole is niet een ongeschoold denkend brein, maar een ongeschoold voelend brein. Een voelend brein dat slechte waardeoordelen over zichzelf en de wereld heeft aangenomen en geaccepteerd. Hier ligt volgens Manson ook de kans: het begint bij acceptatie. De manier waarop onze breinen werken, heeft ons gebracht waar we nu zijn.
Door nu meer zicht te krijgen op onze waardenoordelen en onderliggende waarden kunnen we kiezen en ons emotioneel verbinden met waarden en oordelen die meer helpend voor ons zijn.
Hierdoor veranderen niet alleen onze emoties, maar komen we ook tot andere acties.

Manson gebruikt in zijn boek de metafoor van de auto waarbij hij een onderscheid maakt in een voelend (bestuurder) en een denkend brein (bijrijder). De tweedeling voelend en denkend brein is veel te kort door de bocht en doet geen recht aan de complexiteit van ons brein. Wel is het een uitdagend beeld en geeft het meer inzicht in waarom het zo moeilijk is te doen wat we willen..

Waar brengt jouw brein je naartoe?.
.

.

Oefening 1

Cognitief fitter

Hoe wordt je cognitief fitter?

Betreed onbekend terrein: Verlaat regelmatig jouw bekende plekken en ga op zoek naar nieuwe ervaringen.
Lees humoristische boeken: Humor vergroot ons inzicht en draagt bij aan gezondheid.
Blijf spelen: Activiteiten als bridge, schaken en sudoko’s bieden een goede oefening. Ook andere activiteiten buiten de gewone dagelijkse bezigheden helpen je jouw vaardigheden en talenten ten volle te benutten en te vergroten.
Probeer nieuwe dingen uit: Probeer de dingen die je geleerd hebt uit. Hierdoor vergroot je jouw gedragsmogelijkheden.
Vind waar je niet naar op zoek bent: Treed buiten de door jouw gebaande paden. Doe andere dingen, lees andere dingen en laat je verrassen.
Laat je inspireren: Spreek met mensen met verschillende achtergronden. Laat je inspireren door ideeën en gebeurtenissen.
Maak aantekeningen: Leg ingevingen vast, zodat je ze later uit kunt werken.
Leer een nieuwe taal of bespeel een nieuw instrument: Het leren van nieuwe dingen geeft jouw brein een boost.
Een sterk lichaam is essentieel voor een sterke geest: De kracht van ons brein is afhankelijk van onze lichamelijke gezondheid. Zorg daarom ook voor voldoende fysieke training..

.

Oefening 2   

Start mini Habits

Stap 1: Wat is belangrijk voor jou?
Stap 2: Welk gedrag past daarbij?
Stap 3:Welke Mini Habits leiden uiteindelijk tot dit gedrag?
Stap 4: Aan welke bestaande gewoonte koppel je jouw nieuwe Mini habit?
Stap 5: Plan een afspraak in jouw agenda om de voortgang na te gaan..

.

Oefening 3   

Zet  je brein in om te komen waar je wilt zijn.

Stap 1: Ga na waar jouw brein je nu naartoe brengt. Houd aantekeningen bij.
Stap 2: Waar wil je naartoe? Leg dit voor jezelf vast.
Stap 3: Wat zijn nu jouw onderliggende waarden? Gebruik hiervoor de waardenkiezer.
Stap 4: Verbind je met waarden die meer helpend voor je zijn? Dit doe je door je waarden vast te leggen en je regelmatig af te vragen: Past wat ik doe bij mijn waarden?

.

Inhoudsopgave, lees verder … Deel 4 (1): Hoe kijk je naar jezelf?

0 1 4 5 6 7 8 9


..
.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s